Wet Besluit Houders van Dieren

Hieronder een samenvatting uit de wet: Besluit Houders van Dieren. 

 

Artikel 1.7. Verzorgen van dieren

Degene die een dier houdt, draagt er zorg voor dat een dier:

 Artikel 1.21. Verrichten van ingrepen door de houder

Als diergeneeskundige handeling als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet wordt aangewezen het door de houder van een dier bij dat dier toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens artikel 2.19, derde lid, van de wet aan die houder is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover de toediening subcutaan of intramusculair plaatsvindt en de handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.

Artikel 1.22. Voorhanden of in voorraad hebben van diergeneesmiddelen

 

 Artikel 1.23. Bevoegdheid houders van dieren

 

 Artikel 1.24. Nadere aanwijzingen door de dierenarts

 Artikel 1.25. Administratie diergeneesmiddelen door houders van dieren

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de administratie van de ontvangst en toepassing van diergeneesmiddelen en diervoeders met medicinale werking door de houder van een dier en over het administreren van gegevens inzake het zich ontdoen van resten en lege verpakkingen van diergeneesmiddelen en diervoeders met medicinale werking.

Artikel 1.26. Gevoeligheidsbepaling bij toepassing aangewezen diergeneesmiddelen

Het is degen die een dier houdt verboden de diergeneesmiddelen, bedoeld inartikel 5.7, het eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen toe te passen, indien uit de in dat lid bedoelde gevoeligheidsbepaling blijkt dat andere diergeneesmiddelen toepasbaar zijn.

Artikel 1.27. Melding aangewezen diergeneesmiddelen in register

 Artikel 1.28. Bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan

 


§ 2. Het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, houden ten behoeve van opvang van of fokken met gezelschapsdieren

Artikel 3.5. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 3.6. Verbod en uitzondering voor niet-bedrijfsmatig handelen

Artikel 3.7. Verrichten bedrijfsmatige activiteiten in inrichting of onder voorwaarden op tentoonstelling, beurs of markt

Artikel 3.8. Aanmelding inrichting en tentoonstelling, beurs of markt

Artikel 3.9. Wijziging gegevens

 

Artikel 3.10. Administratie

Artikel 3.11. Vakbekwaamheid

 

Artikel 3.12. Huisvesting en verzorging

Artikel 3.13. Huisvesting zieke of van ziekte verdachte gezelschapsdieren

 

Artikel 3.14. Gezondheid

Artikel 3.17. Informatieverstrekking bij verkoop of aflevering

 

Artikel 3.18. Informatieverstrekking over gezondheidsstatus

Bij de verkoop of aflevering van een gezelschapsdier, wordt aan de koper of degene aan wie de aflevering plaatsvindt alle relevante informatie verstrekt met betrekking tot de gezondheidsstatus van het verkochte of afgeleverde gezelschapsdier, waaronder ten minste het bewijs van inenting, bedoeld in artikel 3.15, onderdeel b.

Artikel 3.19. Verkoopverbod aan personen jonger dan zestien jaar

Een gezelschapsdier wordt niet verkocht aan een persoon jonger dan zestien jaar.

Artikel 3.20. Verpakking

Indien een gezelschapsdier bij verkoop of aflevering wordt verpakt, vindt dit op zodanige wijze plaats dat het welzijn of de gezondheid van het gezelschapsdier niet onnodig worden benadeeld.

Artikel 3.21. Verbod huisvesting of tentoonstelling in etalageruimte

Gezelschapsdieren worden niet in een etalageruimte van een inrichting gehuisvest of tentoongesteld.